Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025 (Gemeente Uitgeest)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Uitgeest op 19 December 2024
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025 (Gemeente Uitgeest) |
| Instantie: | Gemeente Uitgeest |
| Regio: | Regio IJmond |
| Uitgegeven: | 19 December 2024 |
| Code: | gmb-2024-535553 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Uitgeest
Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025
De raad van de gemeente Uitgeest:gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2024;
gezien het advies van de commissie SAZ d.d. 3 december 2024;
gelet op het bepaalde in artikel 221 van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht1.
Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven:
Bij de gebruikersbelasting wordt:
Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.
Artikel 3
Voorwerp van de belasting1.
Voorwerp van de belasting is een woon- of bedrijfsruimte.
2.Als één ruimte wordt aangemerkt:
Artikel 4
Maatstaf van heffing1.
De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet , bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het bouwen van een bouwwerk is afgegeven en die door bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming.
4.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.
5.Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.
Artikel 5
Vrijstellingen1.
In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:
De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde bedrijfsruimten geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
3.In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimten die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 6
Waardepeildatum1.
De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum verkeert.
2.De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald.
3.Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:
Artikel 7
Belastingtarieven
Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
Artikel 8
Wijze van heffing
De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Termijnen van betaling1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2.In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 10.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Overgangsrecht
De Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Uitgeest 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11
Inwerkingtreding1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 12
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2025’.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Uitgeest in de openbare raadsvergadering van donderdag 12 december 2024
Mevrouw Sabine van Geffen
griffier
de heer Sebastiaan M. Nieuwland
voorzitter
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Uitgeest:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn


